Op een worden accenttekens gezet als het om het telwoord gaat én als het telwoord met het lidwoord verward kan worden. De accenttekens worden ook gezet als het telwoord speciale nadruk krijgt: één, niet twee of meer.
De twee lettertekens vormen één klank.
De accenttekens blijven achterwege in woorden en woordgroepen waar de ee-klank onvermijdelijk is.
een en ander
een van beiden
in een van de laatste voorbeelden
het is tien over een
een of meer
mag ik er ook een?
In samenstellingen en afleidingen wordt altijd een gespeld.