Algemeen | 0 ... 9 | A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |
aandachtstreepjes
aanhalingstekens
aanhef
aanspreekvormen (VRT)
aanspreking / aanschrijving
aardrijkskundige namen
accenten
actief / passief
adressering
afkortingen - overzicht
afkortingen
afkortingen en letterwoorden
alfabetisch ordenen
Arabisch
bankrekeningen
beladen woorden
beletselteken
bezits-s
bijzinnen
botsende klinkers
breukgetallen
briefconventies
bronvermelding
Chinees
commentaar bij beeld
cyrillisch schrift
d / dt
datums
diakritische tekens
doorgaan
drie puntjes
dubbelepunt
Duitse leenwoorden
eigennaam
Engelse werkwoorden
Engelse woorden
euro
gebeuren
gebiedende wijs
gedachtestreepje
gekloofde zin
genitief-s
gereduceerde vormen
getallen
hoofdletters
initiaalwoorden
klinkerbotsing
komma
kommapunt
koppelteken
letterwoorden
liggend streepje
lintwormstijl
maateenheden
meervouds-s
naamwoordstijl / werkwoordstijl
nadrukteken
namen
nationaliteit en ras
nauwkeurigheid
omhaal
ontkenningen
opbouw van een intro
opbouw van een nieuwsbericht
passieve zinnen
publieksgerichtheid
puntkomma
rangtelwoorden
Russisch
samenstellingen
scheidbare samengestelde werkwoorden
slotformule
spaties bij leestekens
spreektaal
spreken / schrijven
staccatostijl
stijltips
synoniemen
tangconstructies
tantebetjeconstructie
telefoonnummers
telwoorden
tijdstippen
titels
titulatuur
't kofschip
transcriptie
tussenklank -e(n)-
tussenklank -s-
tweetalige plaatsnamen
vaktermen
verkleinwoorden
verkortingen
voornaamwoordelijke bijwoorden
vreemde woorden
wiggen
windrichtingen
zinslengte
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

nadrukteken

Als nadrukteken gebruiken we altijd een accent aigu.

  • de énige échte

Bij twee gelijke klinkertekens zetten we twee keer een nadrukteken.

  • dáár, wéék, róód, vúúr, ééuw, fráái, móói

Bij verschillende klinkertekens die samen één klank of tweeklank vormen, krijgen de eerste twee klinkers een nadrukteken.

  • déúr, níét, móét, kóúd, bláúw, vúíl, níéuw, bóéi

In de combinatie ij krijgen beide letters een nadrukteken, als dat technisch mogelijk is.


Boven een beginhoofdletter laten we het nadrukteken weg. Als het eerste teken van een tweeklank een hoofdletter is, zetten we het accent op het tweede teken.

  • Eén is genoeg. Oúdere mensen.

De schrijfwijze één gebruiken we alleen als het telwoord speciale nadruk krijgt of als er verwarring mogelijk is. De nadruktekens blijven achterwege in woordgroepen waar de ee-klank onvermijdelijk is.

  • niet één, maar drie
  • een en ander, in een van de laatste voorbeelden, het is tien over een, ik wil er ook een

Ook vóór krijgt alleen nadruktekens als er verwarring kan ontstaan.

  • Het moet voor maandag binnen zijn.
  • We betogen vóór de kerk.