|
Begin met de hoofdzin, vooral als de zin beluisterd moet worden. De bijzin komt dan na de hoofdzin. Zo hoeft de luisteraar niet te lang op de kern van de boodschap te wachten.
|
- Niet: *Omdat het regende, zijn we gisteren niet gaan wandelen.
- Wel: We zijn gisteren niet gaan wandelen, omdat het regende.
|