Algemeen | 0 ... 9 | A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |
aandachtstreepjes
aanhalingstekens
aanspreekvormen (VRT)
aanspreking / aanschrijving
aardrijkskundige namen
accenten
actief / passief
adressering
afkortingen - overzicht
afkortingen
afkortingen en letterwoorden
alfabetisch ordenen
Arabisch
bankrekeningen
beladen woorden
beletselteken
bezits-s
bijzinnen
botsende klinkers
breukgetallen
briefconventies
bronvermelding
Chinees
commentaar bij beeld
cyrillisch schrift
d / dt
datums
diakritische tekens
doorgaan
drie puntjes
dubbelepunt
Duitse leenwoorden
eigennaam
Engelse werkwoorden
Engelse woorden
euro
gebeuren
gebiedende wijs
gedachtestreepje
gekloofde zin
genitief-s
gereduceerde vormen
getallen
hoofdletters
initiaalwoorden
klinkerbotsing
komma
kommapunt
koppelteken
letterwoorden
liggend streepje
lintwormstijl
maateenheden
meervouds-s
naamwoordstijl / werkwoordstijl
nadrukteken
namen
nationaliteit en ras
nauwkeurigheid
omhaal
ontkenningen
opbouw van een intro
opbouw van een nieuwsbericht
passieve zinnen
publieksgerichtheid
puntkomma
rangtelwoorden
Russisch
samenstellingen
scheidbare samengestelde werkwoorden
spaties bij leestekens
spreektaal
spreken / schrijven
staccatostijl
stijltips
synoniemen
tangconstructies
tantebetjeconstructie
telefoonnummers
telwoorden
tijdstippen
titels
titulatuur
transcriptie
tussenklank -e(n)-
tussenklank -s-
tweetalige plaatsnamen
vaktermen
verkleinwoorden
verkortingen
voornaamwoordelijke bijwoorden
vreemde woorden
wiggen
windrichtingen
zinslengte
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stijltip - commentaar bij beeld

De grondregel, waarvan nooit afgeweken kan worden, is: tekst en beeld moeten heel nauw bij elkaar aansluiten. Als dat niet het geval is, raakt de kijker in de war en mist hij de boodschap.


Zorg dat er logica in de tekst én in de beelden zit. Als de sociale gesprekspartners in het begin van een verslag uit de ambtswoning van de premier komen, waar ze uren vergaderd hebben, kunnen we ze verderop in het verslag niet naar binnen laten gaan.


Personen die in beeld verschijnen en gebeurtenissen die in beeld getoond worden, moeten onmiddellijk geïdentificeerd worden door de commentaartekst of met een naambordje. Anders vraagt de kijker zich af wie of wat daar te zien is. Intussen heeft hij geen aandacht voor wat in het commentaar gezegd wordt.


Het commentaar moet het beeld aanvullen. Het heeft weinig zin te zeggen dat hyenahonden piepend achter de auto aan lopen als de kijker dat ook kan zien. We moeten wel zeggen waarom ze dat doen: van opwinding omdat ze weten dat ze eten zullen krijgen.


Praat het beeld niet helemaal vol. Zeker bij een scènewisseling is het verstandig een paar seconden omgevingsgeluid te laten horen. Zo kan de kijker eerst even kijken.


Als het beeld uit tekst bestaat (een wetsartikel, een zin uit een krantenartikel), dan lezen we zelf die tekst letterlijk voor of we laten een tweede stem dat doen. Een andere mogelijkheid is te zwijgen, zodat de kijker de tijd heeft om de tekst zelf te lezen. Ook als er in reportagebeelden duidelijk leesbare tekst verschijnt (een spandoek of affiche), verwerken we de meest opvallende woorden in de commentaartekst. De kijker leest altijd wat op zijn scherm verschijnt. Hij kan niet niet lezen.


Als het beeld voor zichzelf spreekt of heel krachtig is, is het beter te zwijgen. Zo krijgt de kijker de kans wat hij ziet in zich op te nemen. Een ingewikkelde uitleg doen op beeld dat sterk de aandacht trekt, is zinloos: de kijker zal worden opgeslorpt door het beeld en niet luisteren naar het commentaar.