Beide vormen zijn correct, maar het gebruik verschilt. U kan wordt in de standaardtaal stilistisch lager gewaardeerd dan u kunt. Volgens sommigen is u kan slordig Nederlands.
In Belgiƫ wordt u kan vaak gebruikt. Mogelijk wordt u kunt onder invloed van gij kunt als dialect aangevoeld.
Gebruik bij voorkeur u kunt en kunt u.
U kunt nog jaren van het leven genieten.
Tot de ochtend kunt u kijken naar een herhaling van het journaal.